1.4.a Kennisvergroter: beroepen

1.4.a Kennisvergroter: beroepen

Beroep = werk waar je voor betaald wordt.
Bijvoorbeeld…

Opdracht: schrijf straks op welke beroepen je weet waarbij je: …

• … met kinderen werkt
• … creatief bezig bent
• … dingen verkoopt
• … de baas bent
• … een uniform draagt
• … dingen maakt
• … veel buiten bent
• … voor zieke mensen zorgt
• … ‘s nachts werkt
• … veel reist

Je mag elk beroep maar één keer opschrijven.

Bijvoorbeeld: een dokter zorgt voor zieke mensen én werkt ‘s nachts.
Je moet één plek kiezen waar je ‘dokter’ opschrijft.

Schrijf (in twee/drietallen) op het werkblad zoveel mogelijk beroepen op.
De juf/meester zet een timer op 4 minuten.

• Wie wist er meer dan vijf beroepen?
• Wie wist er meer dan tien beroepen?
• Wie wist bij alle omschrijvingen minstens één beroep?