2.3.b Doe-opdracht:

Opdracht 1:

Kleur de stukjes in: je mag zelf weten welke kleur(en).
Knip de zeven stukjes zo netjes mogelijk uit.
Probeer daarna het vierkant na te maken.

Is het gelukt? Lukt het daarna om het vierkant nog een keer te maken, zonder naar het voorbeeld te kijken?

Daarna mag je jouw vierkant opplakken.

Opdracht 2:

Knip zeven nieuwe stukjes uit.
Of gebruik de tans die de juf/meester heeft klaargelegd.

Probeer de figuren op het werkblad of bord na te maken.
Vind je dit te makkelijk? Kijk dan vijf tellen naar een voorbeeld en probeer het daarna uit je hoofd na te maken.

Je kunt er ook een wedstrijdje van maken met iemand anders. Wie heeft het figuur als eerste nagemaakt?

Opdracht 3:

Probeer de figuren op het werkblad of bord na te maken.
Vind je dit te makkelijk? Kijk dan vijf tellen naar een voorbeeld en probeer het daarna uit je hoofd na te maken.

Je kunt er ook een wedstrijdje van maken met iemand anders. Wie heeft het figuur als eerste nagemaakt?

Opdracht 4:

Kun je ook zelf figuren verzinnen met de zeven tans?

En kan iemand anders jouw figuur misschien namaken?

Als je de tans hebt uitgeknipt, mag je jouw mooiste figuur ook opplakken.