Les 3.4: werkwoord ‘zijn’ + herhaling

3.4 werkwoord 'zijn' + herhaling

Kijk de video. Ga daarna aan de slag met woorden schrijven en flitskaartjes. Oefen ook de zinnen die op de flitskaartjes staan. 

Let op! Het voorzetsel ‘in’ wordt in de zinnen samengevoegd met het lidwoord dat erachter staat:
in + il = nel. Bijvoorbeeld: nel corridoio (in de gang)
in + la= nella. Bijvoorbeeld: nella cucina (in de keuken)

En in het Italiaans wordt het persoonlijk voornaamwoord (ik, jij, hij, ..) normaal gesproken weggelaten. Je gebruikt het alleen als er nadruk op ligt in een zin, bijvoorbeeld: ‘Híj is daar!’.

Herhaal ook de woorden uit de afgelopen drie lessen.

Tip: bedenk zelf Italiaanse zinnen met de woorden die je tot nu toe hebt geleerd. Controleer eventueel met behulp van Google Translate of Vertalen.nu of jouw zinnen juist zijn. Laat een ander jouw zinnen vertalen.

Bewaar de flitskaartjes zodat je op verschillende dagen de woorden kunt herhalen.