Spel: briefjesspel (facultatief)

2.4 Spel: briefjesspel (facultatief)

Speel dit spel in teams. Bijvoorbeeld twee tegen twee.

Voorbereiding:
Iedere speler krijgt zes briefjes en schrijft op elk briefje een beroep. Laat aan niemand zien! Vouw de briefjes dubbel en stop deze in een bak.

Ronde 1 – omschrijven:
Pak een briefje en omschrijf het beroep aan jouw teamgenoot. Geraden? Pak dan een nieuw briefje. Je krijgt 30 seconden de tijd om zoveel mogelijk beroepen aan jouw teamgenoot te omschrijven. Het andere team houdt de tijd bij. Na 30 seconden is het andere team aan de beurt. Speel om de beurt door totdat alle briefjes zijn geraden. Wie heeft de meeste briefjes?
* Regels: niet rijmen of vertalen!

Ronde 2 – uitbeelden:
Stop alle briefjes weer in de bak. Pak een briefje en beeld het beroep uit. Je krijgt 1 minuut de tijd om zoveel mogelijk beroepen voor jouw teamgenoot uit te beelden. Het andere team houdt de tijd bij. Na 1 minuut is het andere team aan de beurt. Speel om de beurt door totdat alle briefjes zijn geraden. Wie heeft de meeste briefjes?
* Regels: geen voorwerpen of geluid!

Ronde 3 – één woord:
Stop alle briefjes weer in de bak. Pak een briefje en zeg maar één woord. Denk dus goed na welk woord. Je krijgt 30 seconden de tijd om zoveel mogelijk beroepen aan jouw teamgenoot met één woord duidelijk te maken. Het andere team houdt de tijd bij. Na 30 seconden is het andere team aan de beurt. Speel om de beurt door totdat alle briefjes zijn geraden. Wie heeft de meeste briefjes?
* Regels: echt maar één woord, anders is de volgende aan de beurt!

Eindstand
Tel alle geraden briefjes van de drie rondes bij elkaar op. Welk team heeft de meeste punten?